• Door naar de hoofd inhoud
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       

Van Geel & van der Plas

Header Rechts

  • Home
  • Over ons
    • Over ons
    • Onze diensten
  • Infowijzer
  • Nieuws
  • Vacatures
  • Documenten
  • Contact

Belastingplan

16 september 2026

Start-ups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om werknemers een concurrerend salaris te bieden. Aandelenopties kunnen hiervoor een oplossing bieden. Het voordeel uit aandelenopties is belast tegen de tarieven van box 1 van de inkomstenbelasting. Die tarieven zijn in Nederland een stuk hoger dan in andere landen. 

Optierechten

Ter stimulering van start-ups en scale-ups stelt het kabinet een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups voor. De belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment van verkoop van met de optierechten verkregen aandelen. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2027. De vrijstelling van deze aandelen in box 3 moet per 1 januari 2028 ingaan.

Grondslag LB

De grondslag voor de loonbelastingheffing is beperkt tot 65%, waardoor het effectieve tarief ongeveer gelijk is aan het tarief in box 2. Voorgesteld wordt om deze maatregel toe te passen op aandelenopties die door start-ups en scale-ups zijn uitgegeven sinds de bekendmaking van de fiscale regeling in de Voorjaarsnota van 2025, mits zij de loonsfeer nog niet hebben verlaten.

Voorwaarde

Voorwaarde voor toepassing van de regeling is dat het aandelenoptierecht of de bij uitoefening daarvan verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd. Deze voorwaarde geldt niet bij een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming, omdat de werknemer in die situatie veelal gedwongen is zijn aandelen en optierechten te verkopen.

RVO-beschikking

RVO bepaalt bij beschikking of een onderneming kwalificeert als start-up of scale-up. Die beschikking heeft een looptijd van acht jaar en kan worden verlengd. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de beschikking is niet langer sprake van een start-up of een scale-up. Opties of daaruit verkregen aandelen, die dan nog niet in de heffing zijn betrokken, vallen onder de bestaande regeling voor aandelenopties in de loonheffingen. De grondslagversmalling wordt naar tijdsgelang toegekend.

Emigratie

Bij emigratie van een werknemer voordat de optierechten of de aandelen in de loonheffing zijn betrokken, wordt uitgegaan van een fictieve vervreemding van de aandelen(opties). Daarvoor wordt een conserverende belastingaanslag opgelegd. Voor deze aanslag wordt uitstel van betaling verleend.

Samenloop met lucratiefbelangregeling

Aandelen of optierechten, die als lucratief belang kwalificeren, vallen niet onder deze regeling, ook niet als zij betrekking hebben op een start-up of scale-up.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

16 september 2026

De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zien er als volgt uit.

  2027 2026
 Tarief schijf 1  36,23%  35,7%
 Tarief schijf 2  38,16%  37,56%
 Tarief schijf 3  49,5%  49,5%
 Grens schijf 1  € 39.247  € 38.883
 Grens schijf 2  € 78.426  € 79.137
 Algemene heffingskorting, maximaal  € 3.154  € 3.115
 Arbeidskorting, maximaal  € 5.929  € 5.712
 IACK, maximaal  € 2.918  € 3.032
 Jonggehandicaptenkorting  € 935  € 923
 Zelfstandigenaftrek  € 900  € 1.200
 Startersaftrek  € 10  € 2.123
Stakingsaftrek  € 908  € 3.630
 Mkb-winstvrijstelling  12,7%  12,7%

* Voor mensen die geboren zijn voor 1 januari 1946 geldt een hogere bovengrens van schijf 1 van € 41.637.

Vrijheidsbijdrage

De wettelijke inflatiecorrectie vindt jaarlijks plaats door toepassing van de zogenoemde tabelcorrectiefactor. Het kabinet stelt voor dat burgers en (in beperkte mate) bedrijven de vrijheidsbijdrage leveren in de vorm van een beperking van de toepassing van de wettelijke inflatiecorrectie. De tabelcorrectiefactor wordt beperkt toegepast in de inkomsten- en loonbelasting voor 2027 en 2028. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,6% bedragen (factor 1,026) in 2027, maar nu wordt slechts 48% toegepast (factor 1,01248). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

16 september 2026

Specifieke zorgkosten

De regeling aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten zal worden afgeschaft per 2028. Er komt geen overgangsrecht voor negatieve persoonsgebonden aftrek die samenhangt met de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit betekent dat een teruggave of nagekomen betaling, die na 1 januari 2028 wordt ontvangen voor eerder afgetrokken zorgkosten, niet meer leidt tot een negatieve persoonsgebonden aftrek. 

Aftoppingsgrens pensioen

Sinds 1 januari 2015 is het inkomen, waarover aanvullend pensioen of een lijfrente kan worden opgebouwd, gemaximeerd. De zogenoemde aftoppingsgrens wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt de aftoppingsgrens € 137.800. In 2025 en 2026 is de aftoppingsgrens niet geïndexeerd. Voorgesteld wordt om ook in de jaren 2027 tot en met 2032 geen indexatie toe te passen op de aftoppingsgrens.

Verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing

Als de werkelijke leiding van een vennootschap wordt verplaatst naar Nederland (zetelverplaatsing), ontstaat voor de in het buitenland woonachtige aanmerkelijkbelanghouder een buitenlandse belastingplicht voor de inkomstenbelasting. Dit leidt ertoe dat over reguliere voordelen en over vervreemdingsvoordelen in Nederland inkomstenbelasting in box 2 is verschuldigd.

Op basis van de huidige wettekst kan het standpunt ingenomen worden dat de verkrijgingsprijs vastgesteld moet worden op de (historische) tegenprestatie bij verkrijging van het aanmerkelijk belang. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om de verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing vast te stellen op de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang op dat moment. Hierdoor wordt alleen een waardestijging of een waardedaling die plaatsvindt na de zetelverplaatsing tot het inkomen uit box 2 gerekend.

Vererfd ab en fictief regulier voordeel

Bij een vererfd aanmerkelijk belang kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een faciliteit waardoor reguliere voordelen die binnen 24 maanden na overlijden worden ontvangen, niet direct in box 2 worden belast. Deze faciliteit kan ongewenst uitpakken bij een fictief regulier voordeel uit de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. Voorgesteld wordt dat de faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang niet kan worden toegepast op dit fictieve voordeel. Bovendien voorkomt de maatregel dubbele heffing. Zonder uitsluiting kan het maximumbedrag van € 500.000 niet worden verhoogd, waardoor bij een ongewijzigde schuld in een volgend jaar opnieuw een fictief regulier voordeel ontstaat.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

16 september 2026

Afschaffen startersaftrek

De startersaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting waardoor een ondernemer, die minder dan vijf jaar ondernemer is (starter), onder voorwaarden maximaal drie jaar recht heeft op een extra aftrekpost van maximaal € 2.123. De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd tot € 10 en per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. In het verlengde hiervan wordt in 2028 ook de regeling willekeurige afschrijving starters afgeschaft. 

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 

Verder wordt voorgesteld om per 1 januari 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid af te schaffen. De regeling is bedoeld voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur. Op dit moment is de aftrek in het eerste jaar maximaal € 12.000, in het tweede jaar maximaal € 8.000 en in het derde jaar maximaal € 4.000.

Versoberen en afschaffen meewerk- en stakingsaftrek

Naar verwachting worden per 2027 de meewerkaftrek en stakingsaftrek eerst met 75% versoberd en per 2030 afgeschaft. De meewerkaftrek is een regeling waardoor IB-ondernemers, van wie de partner onbetaald in de onderneming meewerkt, minder belasting over hun winst hoeven te betalen. De hoogte van de meewerkaftrek is gekoppeld aan het aantal door de partner gewerkte uren. De stakingsaftrek zorgt ervoor dat IB-ondernemers, die stoppen met hun onderneming, over een deel van de daarbij behaalde winst geen belasting hoeven te betalen. De stakingsaftrek bedraagt op dit moment € 3.630. Dat wordt € 908 in 2027.

Verhogen aftrekpercentage EIA

Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. Hiermee wordt het financieel aantrekkelijker voor bedrijven om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie. Hiermee probeert het kabinet om de verduurzaming te versterken en de afhankelijkheid van energie uit het buitenland te verminderen.

Afschaffen bosbouwvrijstelling

De bosbouwvrijstelling is een regeling die de voordelen uit bosbedrijf vrijstelt van inkomsten- resp. vennootschapsbelasting. Het kabinet stelt voor de bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 af te schaffen, zonder enige vorm van overgangsrecht.

Doelstelling van de bosbouwvrijstelling is het bevorderen van het behoud en de aanleg van bossen door bosbedrijven. De bosbouwvrijstelling is volgens recent onderzoek niet doeltreffend en niet doelmatig. Bosbouwbedrijven zijn niet of weinig winstgevend. Het gebruik van de vrijstelling door bosbouwbedrijven is daarom beperkt. Vooral niet-bosbouwbedrijven met een beperkt bosbezit maken gebruik van de regeling. Afschaffing maakt het belastingstelsel eenvoudiger Een deel van de opbrengst van het afschaffen van de bosbouwvrijstelling zal worden besteed aan natuurbeleid via de begroting van het Ministerie van LVVN.

MKB-forfait innovatiebox

De vennootschapsbelasting kent een forfaitaire regeling om de innovatiebox toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). Als voor deze regeling wordt geopteerd, wordt 25% van de winst aangemerkt als het saldo van voordelen uit hoofde van de immateriële activa en in de innovatiebox belast. Er geldt een maximum van € 25.000 per jaar en per belastingplichtige. Omdat de winst uit een immaterieel activum zich meestal niet in één jaar voordoet, is ervoor gekozen deze te verdelen over het jaar waarin het immateriële activum ontstaat en de twee daaropvolgende jaren.

Het kabinet stelt voor om deze forfaitaire regeling per 1 januari 2027 te verruimen door het maximumbedrag te verhogen naar € 100.000.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

16 september 2026

Youngtimerregeling

Het kabinet bouwt de youngtimerregeling geleidelijker af, zodat autobedrijven en ondernemers minder abrupt geraakt worden door stijgende kosten. Deze leeftijdsgrens gaat in 2027 van 16 naar 17 jaar. Per 2028 geldt voor elke auto dat de youngtimerregeling pas kan worden toegepast als de leeftijdsgrens van 20 jaar is overschreden. Dat leidt dus tot het wegvallen van de youngtimerregeling voor auto’s die in 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar hebben overschreden, maar nog niet de leeftijdsgrens van 20 jaar. De eerdere verhoging van de leeftijd van auto’s in de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door. 

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor bestel- en vrachtauto’s

Vooruitlopend op wetgeving is bij beleidsbesluit per 1 juli 2026 een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting (mrb) ingevoerd voor bestel- en vrachtauto’s. Voor bestelauto’s van ondernemers is het tarief van de mrb gehalveerd. Het tarief van de mrb voor vrachtauto’s is tijdelijk op nihil gesteld. De aanpassingen gelden voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2026. Het Belastingplan 2027 bevat de wettelijke grondslag voor de in het beleidsbesluit opgenomen goedkeuring. De wetsartikelen, waarin de tariefverlagingen zijn opgenomen, werken terug tot en met 1 juli 2026. Met ingang van 1 januari 2027 gelden de normale wettelijke regelingen weer.

Tijdelijk verlagen vrachtwagenheffing

De vrachtwagenheffing is op 1 juli 2026 gestart. De hoogte van de vrachtwagenheffing is afhankelijk van het voor de betreffende vrachtwagen geldende tarief en het aantal kilometers dat met de vrachtwagen op heffingsplichtige wegen wordt gereden. De tarieven en heffingsplichtige wegen zijn vastgelegd in de Wet vrachtwagenheffing. Van 1 september tot en met 31 december 2026 geldt een verlaging van de tarieven met 22,3%. Die verlaging is opgenomen in een goedkeurend beleidsbesluit, vooruitlopend op wetgeving. De tijdelijke wijziging van de tarieven is opgenomen in het BP 2027 om te voorzien in de vereiste wettelijke grondslag.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s

De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (pefa) treedt op 1 januari 2027 in werking, zoals vastgelegd in het Belastingplan 2026. Deze heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de fossiele personenauto. Werkgevers betalen de heffing als zij zo'n auto ook voor privégebruik aan werknemers beschikbaar stellen. Woon-werkverkeer valt hier ook onder. Het kabinet stelt nu enkele aanpassingen voor om problemen die zijn opgemerkt te verminderen.

Vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie
De pefa is niet van toepassing op een vervangende fossiele personenauto die een werknemer privé gebruikt vanwege onderhoud of reparatie van de vaste auto. Deze uitzondering geldt als de vervangingsperiode maximaal veertien dagen per onderhouds- of reparatieperiode duurt. Een bandenwissel of schadeherstel valt hier ook onder. Wordt de termijn van veertien dagen overschreden, dan is de pefa vanaf de vijftiende dag dat de vervangende auto ter beschikking is gesteld verschuldigd. De pefa geldt dan voor de gehele kalendermaand waarin de vijftiende dag valt. De uitzondering geldt niet wanneer de vaste auto niet voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, maar de vervangende auto juist wel voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. 

Uitzondering voor lesauto’s 
Voertuigen zonder CO₂-uitstoot hebben doorgaans een automatische transmissie. Daarom worden auto’s met handgeschakelde transmissie, die worden gebruikt voor rijles, uitgezonderd van de pefa. Deze maatregel voorkomt dat het aanbieden van handgeschakelde lesauto’s wordt ontmoedigd, wat de rijvaardigheid van nieuwe automobilisten kan beperken.

Termijn overgangsrecht 
Het overgangsrecht voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, wordt verlengd tot en met 31 december 2030 (was 16 september). Dit voorkomt administratieve lasten door een einde halverwege een maand of jaar. De verlenging sluit ook beter aan bij de regeling privégebruik auto, die ook per kalenderjaar is. 

Incidentele terbeschikkingstelling
Ook komt er een nieuwe uitzondering voor tijdelijk gebruik van auto's, zoals huur- of deelauto’s. Een werkgever mag per kalenderjaar één keer een fossiele personenauto maximaal zeven aaneengesloten dagen privé beschikbaar stellen zonder de heffing te betalen. Dit geldt per fossiele auto per werkgever en per kalenderjaar. Als dezelfde auto in hetzelfde jaar aan een andere werknemer of voor een tweede periode privé wordt gebruikt, geldt de uitzondering niet. De werkgever betaalt dan de heffing over de betreffende maanden. Deze uitzondering stopt op 31 december 2030.

Anticumulatiebepaling
Er wordt een anticumulatiebepaling in de wet opgenomen om te voorkomen dat de pefa samenloopt met de pseudo-eindheffing voor hoge vertrekvergoedingen. Dit betekent dat het bedrag van de pseudo-eindheffing voor te hoge vertrekvergoedingen wordt berekend zonder het voordeel van de fossiele auto mee te tellen. Zo wordt dubbele belasting over hetzelfde bedrag voorkomen.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

16 september 2026

Onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25

De gerichte vrijstelling voor reiskosten wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25. In navolging van deze verhoging worden ook het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters en het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.

Afschaffen vrijstelling eigen producten WKR

Voorgesteld wordt om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Deze vrijstelling gold sinds 2015. Werkgevers konden sindsdien een korting geven tot een bedrag van ten hoogste 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar op producten uit het eigen bedrijf. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies. Werkgevers kunnen vanaf 2027 nog wel personeelskorting blijven geven, maar deze korting moeten zij dan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling brengen. Het is niet langer nodig om bij te houden hoeveel korting er per werknemer is gegeven.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geplaatst in: Belastingplan

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 11
  • Ga naar Volgende pagina »

Van Geel &
van der Plas

 

Wij hebben +30 jaar ervaring en helpen jou met je administratieve en fiscale uitdagingen

Snel naar:

  • Diensten
  • Nieuws
  • Contact
  • Vacatures

Contactgegevens

Hoevestein 7
4903 SE Oosterhout

 

0162 464 097

 

kantoor@vangeel-vanderplas.nl

© 2026 Van Geel & van der Plas | Realisatie: Probu

Privacyverklaring & AV koppeling

Privacyverklaring  |  AV