• Door naar de hoofd inhoud
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       

Van Geel & van der Plas

Header Rechts

  • Home
  • Over ons
    • Over ons
    • Onze diensten
  • Infowijzer
  • Nieuws
  • Vacatures
  • Documenten
  • Contact

Loonbelasting

21 mei 2026

Een ontvanger die uitstel van betaling verleent, moet rekening houden met de belangen van derden die aansprakelijk kunnen worden gesteld. Hij mag niet met minder zekerheid genoegen nemen dan hij zou doen als er geen derden aansprakelijk gesteld kunnen worden. Doet hij dat toch, dan verliest hij de bevoegdheid om die derden aan te spreken. De bewijslast ligt bij de ontvanger. Hij moet aantonen dat niet meer zekerheid te krijgen was.

Betalingsproblemen vanaf het begin

Een transportbedrijf leent personeel in van een uitzendbureau. Het uitzendbureau gaat failliet met onbetaalde belastingschulden. Het uitzendbureau kende al sinds de oprichting in 2015 betalingsproblemen. In 2017 verleent de ontvanger uitstel van betaling voor ruim € 644.000 aan belastingschulden. Hij bedingt zekerheid via een pandrecht op vorderingen en spreekt een betalingsregeling af van € 75.000 per maand. Het uitzendbureau houdt zich aan de regeling tot mei 2018. Dan stoppen de betalingen. De ontvanger trekt het uitstel in en start de dwanginvordering.

Factoringovereenkomst nooit opgevraagd

In september 2018 legt de ontvanger beslag op de inventaris van het uitzendbureau. Die wordt later verkocht voor nog geen € 8.000. Er volgen gesprekken. Het uitzendbureau biedt een debiteurenlijst van € 4,5 miljoen als zekerheid aan. De ontvanger vraagt om de factoringovereenkomst, maar het uitzendbureau stuurt die niet. Toch accepteert de ontvanger in november 2018 een pandrecht op de vorderingen. Hij vertrouwt op de verklaring van het uitzendbureau dat de vorderingen niet al zijn bezwaard.

Pandrecht blijkt waardeloos

Het uitzendbureau komt de betaalafspraken niet na. Er volgt een kort geding. Het uitzendbureau zou € 6,9 miljoen betalen, maar dat blijft uit. De ontvanger maakt het pandrecht openbaar en vraagt het faillissement aan. In maart 2019 is het uitzendbureau failliet. Dan blijkt dat het uitzendbureau al in 2017 een groot deel van haar vorderingen had gecedeerd aan een Luxemburgse vennootschap. Het pandrecht was dus grotendeels waardeloos. In juli 2022 stelt de ontvanger het transportbedrijf aansprakelijk voor ruim € 109.000 aan onbetaalde loon- en omzetbelasting.

Ontvanger had moeten doorvragen

De ontvanger wist al in september 2018 van de factoringovereenkomst. Hij heeft die overeenkomst nooit ontvangen, maar toch een pandrecht geaccepteerd. Van een zorgvuldig handelend ontvanger mag worden verwacht dat hij nagaat of de verpander bevoegd is. De verwijzing naar de verklaring van het uitzendbureau is onvoldoende. De ontvanger heeft feitelijk uitstel van betaling verleend zonder adequate zekerheid.

Bevoegdheid tot aansprakelijkstelling verloren

De ontvanger maakt niet aannemelijk dat hij niet met minder zekerheid genoegen heeft genomen dan van hem verwacht mocht worden. Hij heeft ook niet aangetoond dat geen andere zekerheden te bedingen waren. Het hof oordeelt dat de ontvanger de bevoegdheid heeft verloren om het transportbedrijf aansprakelijk te stellen. De beschikking aansprakelijkstelling wordt vernietigd.

Bron:Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:1076 | 21-04-2026

Geplaatst in: Loonbelasting

7 mei 2026

Een dga stelt dat zijn bv structureel verlies lijdt en dat daarom geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. Hof Amsterdam gelooft hem niet. De aangiften vennootschapsbelasting (vpb) tonen jarenlang kosten die nagenoeg exact gelijk zijn aan de omzet. Dat is zonder nadere toelichting onwaarschijnlijk. Bovendien ontbreken banksaldi en eigen vermogen op de balansen, terwijl de bv wel een bankrekening heeft.

Geen aangifte loonheffingen

De bv verhuurt onroerend goed. De dga is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij verricht werkzaamheden voor de bv, waaronder het aangaan van huur- en koopovereenkomsten. De bv heeft zich niet aangemeld als inhoudingsplichtige en heeft geen aangiften loonheffingen ingediend. De dga ontvangt wel loon via een payrollbedrijf, maar die loonkosten zijn niet doorberekend aan de bv. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 13.210, gebaseerd op een gebruikelijk loon van € 28.125 over 2017 en 2018 gezamenlijk. Daarbij past de inspecteur een deeltijdfactor van 50% toe.

Beroep op structureel verlies

De bv stelt dat zij in de betreffende jaren geen winst heeft behaald en dat op die grond geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. De omzet schommelt volgens de bv al jaren rond de € 17.000. De inspecteur betwist dit. Uit de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 blijkt dat de omzet beduidend hoger is: tussen de € 25.000 en € 66.000 per jaar.

Onwaarschijnlijke kostenpatronen

Het hof oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een langdurige verliessituatie. In de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 zijn de kosten telkens nagenoeg gelijk aan de omzet. Dat is zonder adequate toelichting van de bv op z’n minst genomen onwaarschijnlijk. Bovendien bevatten de balansen geen banksaldi, terwijl vaststaat dat de bv wel een bankrekening heeft. Ook ontbreekt een eigen vermogen op de balansen. De bv heeft voor deze constateringen geen adequate verklaring gegeven.

Inspecteur vpb nam gebruikelijk loon als kosten

De inspecteur loonheffingen heeft telefonisch contact gehad met de inspecteur vpb. Die verklaarde dat bij de aanslagen vpb over 2019, 2020 en 2021 de door de bv opgevoerde kosten afdoende onderbouwing missen. De inspecteur heeft daarom in elk van die jaren een gebruikelijk loon als kosten in aanmerking genomen. Daarvan uitgaande is een structureel verlies voor die jaren niet aannemelijk geworden.

Onderbouw de verliessituatie

Deze uitspraak laat zien dat een beroep op een structurele verliessituatie om het gebruikelijk loon te verlagen een goede onderbouwing vereist. Aangiften waarin de kosten telkens exact gelijk zijn aan de omzet roepen vragen op. Incomplete balansen versterken het wantrouwen. 

Bron:Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:3817 | 20-10-2025

Geplaatst in: Loonbelasting

5 maart 2026

Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de schenker en dankt de schenking aan zijn bewezen kwaliteiten als directeur. De werknemer stelt dat sprake is van een zuivere schenking in het kader van bedrijfsopvolging. Vormen de aandelen loon?

Van junior tot directeur tot eigenaar

Een man begint in 2000 als junior bij een concern en werkt zich op tot directeur. Sinds 2007 is hij onafgebroken in dienst. De enig aandeelhouder heeft geen opvolger binnen de familie en wil dat het meer dan honderdjarige familiebedrijf zijn karakter behoudt. Hij schenkt in 2022 alle aandelen aan de directeur. De waarde bedraagt € 7,8 miljoen. De schenking bevat een doorgeefverplichting: als de directeur geen bestuurder meer is, moet hij de aandelen om niet overdragen aan zijn opvolger(s). De inspecteur belast het volledige bedrag als loon in box 1.

Beloning of bedrijfsopvolging?

De inspecteur stelt dat een causaal verband bestaat tussen de schenking en de dienstbetrekking. De werknemer kreeg de aandelen omdat hij zich als werknemer had bewezen. Zonder die dienstbetrekking had hij de aandelen nooit gekregen. Bovendien ontbreekt een familieband of andere persoonlijke relatie met de schenker. De werknemer betoogt dat sprake is van een reële bedrijfsopvolging. De schenker wilde de continuïteit van de onderneming waarborgen en voorkomen dat het bedrijf ten prooi zou vallen aan grotere spelers.

Causaal verband is niet genoeg

De rechtbank stelt voorop dat de aandelen behoorden tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever. De schenker is niet gecompenseerd voor zijn verarming. Een causaal verband tussen voordeel en dienstbetrekking betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel heeft verstrekt. Uit het getuigenverhoor blijkt dat de schenker de aandelen uit eigen beweging schonk, vanuit zijn diepgewortelde wens dat de onderneming haar karakter zou behouden. De schenker had daarbij vooral zijn aandeelhouderspet op, niet zijn werkgeverspet. Bovendien kreeg de werknemer de aandelen niet vrij in handen: hij moet ze doorgeven aan zijn opvolgers. De doorgeefverplichting benadrukt hier dat de continuïteit van de onderneming vooropstaat, niet de beloning van de werknemer. Van loon van derden of fooien is evenmin sprake, omdat de aandelen geen vergoeding vormen voor verrichte werkzaamheden.

Bron:Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2026:213 | 28-01-2026

Geplaatst in: Loonbelasting

12 februari 2026

Een schoonmaakbedrijf beschikt over twee seizoenkaarten voor Ajax en koopt nog 22 kaarten voor de wedstrijd Ajax-Juventus. De kaarten worden gebruikt door werknemers en de aandeelhouder. Het bedrijf stelt dat de kaarten dienen voor acquisitie en relatiebeheer. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op. Het bedrijf heeft namelijk niet geadministreerd wie de wedstrijden heeft bezocht en met welk doel. Is de naheffing terecht?

Zakelijk?

Het bedrijf stelt dat de kaarten acquisitiemiddelen zijn. Potentiële klanten worden meegenomen naar wedstrijden of krijgen kaarten ter beschikking gesteld. Tijdens wedstrijden en evenementen in het stadion doet het bedrijf nieuwe contacten op die leiden tot omzet. De schoonmaakbranche is een competitieve markt waarin contracten tot stand komen op basis van persoonlijke gunning en netwerken. Volgens het bedrijf heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voordeel in natura.

Privé

De rechtbank oordeelt dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in hoge mate een recreatief karakter heeft. Werknemers die een wedstrijd bezoeken, doen dat in beginsel uit eigen persoonlijke behoeftenbevrediging. Het is vervolgens aan het bedrijf om het zakelijke karakter van de verstrekking aannemelijk te maken. Daarin slaagt het bedrijf niet. Het bedrijf heeft niet inzichtelijk gemaakt wie de kaarten heeft gebruikt en of dat een zakelijk of privédoel had. Dat tijdens een wedstrijdbezoek een contact kan worden opgedaan dat uitgroeit tot een zakelijk contact, neemt het consumptieve karakter van het bezoek niet weg. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

Bron:Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:5000 | 25-06-2025

Geplaatst in: Loonbelasting

22 januari 2026

Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het directe einde betekenen van de onderneming. De rechtbank en het hof stellen het gebruikelijk loon vast op € 7.500. Deze uitspraak verduidelijkt wanneer afwijking van het wettelijke minimumloon mogelijk is. Een incidenteel verlies volstaat niet, maar als loonbetaling de onderneming direct de das omdoet, wel. De rechter kijkt naar het complete plaatje: liquiditeiten, voorraden, bedrijfsmiddelen en toekomstperspectief.

Edelmetaalhandel in zwaar weer

De dga is de enige werknemer. De dga dient aan het einde van 2022 een aangifte loonbelasting in en geeft daarbij een belastbaar loon van € 48.000 op. Omdat de betaling uitblijft, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor dat bedrag. Enkele maanden later maakt de dga bezwaar. Hij stelt dat de aangifte is gebaseerd op onjuiste cijfers en vraagt om herziening van de naheffingsaanslag. De inspecteur komt de dga gedeeltelijk tegemoet en verlaagt het belastbare loon naar € 25.000. De dga gaat hiertegen in beroep.

In 2019 en 2020 maakt de bv bescheiden winsten. In 2021 verhoogt coronasteun de winst naar € 26.187. In 2022 volgt een verlies van € 5.664. Als in 2023 het verlies verergert tot € 23.433, besluit de dga de onderneming te staken. Hij zegt de huur van het bedrijfspand op en bereidt de beëindiging van de activiteiten voor. Het eigen vermogen daalt naar € 40.731, met slechts € 12.721 aan liquide middelen. Uitbetaling van € 25.000 zou de directe ondergang van de onderneming betekenen. Voorraden en bedrijfsmiddelen moeten dan worden verkocht om het salaris te betalen. De onderneming kan dan niet meer functioneren.

Hof: continuïteit gaat voor

De rechtbank stelt het gebruikelijke loon vast op € 7.500. Het hof bevestigt dat. De wet biedt deze ruimte bij structurele verliezen die de continuïteit bedreigen. Niet alleen liquiditeiten tellen, maar de hele financiële positie. De dga heeft jarenlang geen salaris opgenomen om vermogen op te bouwen. Dit zit vast in bedrijfsnoodzakelijke activa. Het is cruciaal dat de dga geen geld heeft onttrokken via andere routes. Het opgebouwde vermogen zit volledig in de onderneming. De inspecteur mag zijn ogen niet sluiten voor het feit dat de onderneming in 2023 verder verlies leed en in 2025 is gestaakt.

Bron:Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:2591 | 30-09-2025

Geplaatst in: Loonbelasting

23 december 2025

Bij de behandeling van het Belastingplan zijn verschillende moties aangenomen, gericht op de verlenging van de zachte landing voor de handhaving op arbeidsrelaties. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet besloten de zachte landing voor het handhavingsbeleid rond schijnzelfstandigheid gedeeltelijk te verlengen in 2026, maar niet volledig. Een volledige verlenging van de zachte landing zou volgens het kabinet ongewenste effecten hebben, zoals het ontmoedigen van organisaties die zich al hebben aangepast aan de regels en het vertragen van de vooruitgang op dit dossier.

Dit betekent dat in 2026 de volgende zaken wijzigen ten opzichte van 2025:

  • Er kunnen weer vergrijpboetes worden opgelegd.
  • Bij een boekenonderzoek kan de Belastingdienst kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.

De Belastingdienst blijft in 2026 de mogelijkheid van naheffingen voor de periode tot 1 januari 2025 behouden. De Belastingdienst blijft, ook in 2026, starten met een bedrijfsbezoek. De inzet daarbij is “het goede gesprek” en de mogelijkheid voor organisaties om hun bedrijfsvoering te verbeteren. Er zullen in 2026 nog geen verzuimboetes worden opgelegd. Dit betekent dat, anders dan in 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat deze boetes worden opgelegd in het geval van opzet of grove schuld bij (evidente) schijnzelfstandigheid. Dit geldt voor zowel werkgevenden als werkenden. 

Bron:Ministerie van Financiën | besluit | 18-12-2025

Geplaatst in: Loonbelasting

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 8
  • Ga naar Volgende pagina »

Van Geel &
van der Plas

 

Wij hebben +30 jaar ervaring en helpen jou met je administratieve en fiscale uitdagingen

Snel naar:

  • Diensten
  • Nieuws
  • Contact
  • Vacatures

Contactgegevens

Hoevestein 7
4903 SE Oosterhout

 

0162 464 097

 

kantoor@vangeel-vanderplas.nl

© 2026 Van Geel & van der Plas | Realisatie: Probu

Privacyverklaring & AV koppeling

Privacyverklaring  |  AV