• Door naar de hoofd inhoud
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       
Hoevestein 7 4903 SE Oosterhout
0162 464 097       

Van Geel & van der Plas

Header Rechts

  • Home
  • Over ons
    • Over ons
    • Onze diensten
  • Infowijzer
  • Nieuws
  • Vacatures
  • Documenten
  • Contact

Belastingplan

17 september 2025

Fossiele leaseauto’s worden duurder voor werkgevers

Vanaf 1 januari 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% over de waarde van fossiele personenauto’s die een werkgever voor privégebruik aan werknemers ter beschikking stelt. Dit stimuleert werkgevers om elektrische auto’s aan te bieden. Fossiele auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen hier niet onder. De heffing geldt voor M1-voertuigen (max. 9 zitplaatsen), inclusief bijzondere voertuigen zoals kampeerauto’s, maar niet voor militair of speciaal materieel. Privégebruik omvat ook woon-werkverkeer. De belasting ligt volledig bij de werkgever; verhalen op de werknemer is niet toegestaan. Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 beschikbaar zijn gesteld, geldt overgangsrecht tot 17 september 2030. De pseudo-eindheffing wordt berekend per kalendermaand en op basis van de cataloguswaarde (auto ouder dan 25 jaar: marktwaarde).

Verduidelijking fietsregeling

De fietsregeling uit 2020 (7% bijtelling bij privégebruik) zorgde voor onduidelijkheid, vooral bij deel- en hubfietsen. Volgens de wet gold de bijtelling zodra een fiets ook voor woon-werkverkeer beschikbaar was, zelfs als werknemers de fiets alleen voor het laatste stukje vanaf een station gebruikten. Het kabinet stelt nu voor om dit te repareren, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Als een fiets niet of hooguit incidenteel (minder dan 10%) bij de woning van de werknemer of ib-ondernemer wordt gestald, bedraagt de bijtelling voortaan nihil. Met andere woorden: geen belasting verschuldigd, ook niet bij gebruik voor (een deel van) woon-werkverkeer.

Versoberen ETK-regeling

Voor werkgevers bestaat de mogelijkheid om werknemers de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast te vergoeden. Voor de onbelaste vergoeding van deze extraterritoriale kosten (ETK) zijn er twee regelingen: een forfaitaire regeling (de expatregeling) en een regeling op basis van de werkelijke extraterritoriale kosten (ETK-regeling). Het kabinet stelt voor om de ETK-regeling te versoberen. Vanaf 1 januari 2026 kunnen de volgende kosten niet langer onbelast worden vergoed:

  • extra kosten van levensonderhoud (gas, water, licht, nutsvoorzieningen);
  • extra gesprekskosten met het land van herkomst.

De expatregeling blijft grotendeels onaangetast, behalve de eerder aangekondigde verlaging van het forfaitaire percentage van 30 naar 27 per 1 januari 2027.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025

Geplaatst in: Belastingplan

17 september 2025

Vliegbelasting

Het tarief van de vliegbelasting wordt vanaf 2026 gebaseerd op de eindbestemming van de passagier, niet op de eerste overstapluchthaven. De belasting kent drie afstandscategorieën:

  • € 29,40 voor korte vluchten (EU, Caribisch NL en dichtbijgelegen landen);
  • € 47,24 voor middellange vluchten (2.000-5.500 km);
  • € 70,86 voor lange vluchten (> 5.500 km).

Deze progressieve opbouw sluit aan bij het principe 'de vervuiler betaalt'. Langere vluchten veroorzaken meer uitstoot en worden zwaarder belast. In plaats van per vlucht kilometers te berekenen, werkt de wet met vaste landenlijsten. Dit maakt uitvoering en controle eenvoudiger en geeft passagiers meer duidelijkheid. Bijzonder is dat het Caribisch deel van het Koninkrijk onder het lage tarief valt, ondanks de afstand. Dit is om de economische en maatschappelijke verbondenheid te beschermen.

Geen belasting voor transferpassagiers of veelvliegers

Overstappers in Nederland blijven vrijgesteld, om concurrentienadelen voor Schiphol te voorkomen. Ook komt er geen aparte veelvliegersbelasting. Dit is te complex en te privacygevoelig om uit te voeren.

Heffingskorting energiebelasting minder omlaag

De energiebelasting kent een belastingvermindering. Dit is een vast bedrag per jaar dat ongeacht de verbruikte hoeveelheid elektriciteit en aardgas in mindering wordt gebracht op de energierekening. In 2025 is het bedrag € 524,95 (excl. btw). In de praktijk wordt de belastingvermindering ook wel aangeduid als heffingskorting. Voorgesteld wordt om met ingang van 1 januari 2026 de belastingvermindering structureel te verhogen ten opzichte van het basispad. De verhoging in 2026 bedraagt € 9,30. Het verschil ten opzichte van 2025 is per saldo -€ 5,15 in plaats van de verlaging van € 14,45 die in het basispad zat.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025

Geplaatst in: Belastingplan

17 september 2025

Erfbelasting krijgt ruimere aangiftetermijn

De aangiftetermijn voor erfbelasting wordt verlengd van acht naar twintig maanden na overlijden. Dit komt doordat erfgenamen vaak te weinig gegevens hebben binnen de huidige termijn om een juiste en volledige aangifte te doen. De langere termijn geeft ook meer tijd om bijvoorbeeld een woning uit de nalatenschap te verkopen en de erfbelasting te betalen. Het startmoment voor de belastingrente wordt eveneens verschoven van acht naar twintig maanden.

Geen schenking binnen 180 dagen voor overlijden

Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden worden nu door de wet fictief als erfenis behandeld. Dit heeft tot gevolg dat zowel aangifteplicht voor de schenkbelasting als aangifteplicht voor de erfbelasting bestaat. De schenkbelasting wordt vervolgens verrekend met de erfbelasting. De voorgestelde maatregel houdt in dat de schenking binnen 180 dagen vóór overlijden niet als schenking wordt aangemerkt, waardoor de verplichting tot het doen van aangifte schenkbelasting vervalt.

Gelijkstelling van biologische kinderen

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Successiewet op een discriminerende wijze onderscheid maakt tussen biologische kinderen zonder juridische familierechtelijke betrekking en juridisch erkende kinderen. Dit onderscheid, dat tot uiting komt in de tariefstelling en vrijstellingen voor erfbelasting, is in strijd met het EVRM. Als biologisch ouderschap (met een test) wordt aangetoond, gelden alle tarieven, vrijstellingen en antimisbruikbepalingen alsof het om een erkend kind gaat.

Ongelijke breukdelen bij een huwelijksgoederengemeenschap

Het voorstel bepaalt dat een ongelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap of een verrekenbeding leidt tot schenk- of erfbelasting. Dit geldt als de verdeling afwijkt van een gelijke 50/50-verdeling. Het deel dat een echtgenoot méér krijgt dan bij een gelijke verdeling, wordt belast. Dit geldt bij ontbinding van de gemeenschap door echtscheiding, beëindiging van het partnerschap of overlijden. Voor huwelijkse voorwaarden die vóór 16 september om 16:00 uur zijn gesloten, geldt eerbiedigende werking, tenzij de verdeling later wordt aangepast.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025

Geplaatst in: Belastingplan

19 december 2024

De Eerste Kamer heeft het pakket Belastingplan 2025 aangenomen. Over het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2025 is hoofdelijk gestemd. De Eerste Kamer heeft twee moties aangenomen. Een motie betreft het stimuleren van gezonde voeding in het nieuwe belastingstelsel. De andere motie betreft het afschaffen van de regeling 'geven uit vennootschap'. Beide moties hadden van de staatssecretaris het advies 'Oordeel Kamer' gekregen.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 16-12-2024

Geplaatst in: Belastingplan

31 oktober 2024

De staatssecretaris van Financiën heeft de tweede nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. De nota van wijziging bevat maatregelen, die zijn aangekondigd in de aanbiedingsbrief bij het pakket Belastingplan 2025.

Aanpassing vervoerskosten aftrek specifieke zorgkosten

Kosten van vervoer kunnen als specifieke zorgkosten aftrekbaar zijn. Voor het bezoeken van bepaalde langdurig verpleegde personen geldt voor autokosten een forfaitair bedrag van € 0,23 per kilometer. Parkeer-, veer- en tolgelden zijn in dat forfait inbegrepen. Op grond van het wetsvoorstel gaat dit forfait vanwege de eenvoud en doelmatigheid ook gelden voor zorgkilometers. Bij nader inzien acht het kabinet het bedrag van € 0,23 te laag. Daarom wordt in de nota van wijziging geregeld dat bij zorgkilometers ook de in dat kader werkelijk gemaakte parkeer-, veer- en tolgelden aftrekbaar zijn. Dat gaat ook gelden voor de aftrek van reiskosten voor het regelmatig bezoeken van een langdurig verpleegde persoon. De kosten voor parkeer- veer- en tolgelden zijn alleen aftrekbaar als de kosten op de belastingplichtige drukken en het betalingsbewijs kan worden overlegd.

Aanpassing expatregeling

De versobering van de 30%-regeling met ingang van 1 januari 2025 uit het Belastingplan 2024 wordt grotendeels teruggedraaid. Per 1 januari 2027 wordt de maximale onbelaste vergoeding op 27% van de totale arbeidsbeloning gesteld. Per die datum gaan ook hogere salarisnormen gelden. Op basis van het prijspeil 2024 gaat de salarisnorm van € 46.107 naar € 50.437. Voor ingekomen werknemers, die jonger zijn dan 30 jaar en een mastergraad hebben behaald, geldt een lagere salarisnorm van € 35.048. Deze norm gaat per 1 januari 2027 omhoog naar € 38.338. De verhoogde salarisnormen zullen nog geïndexeerd worden met de tabelcorrectiefactoren voor 2025, 2026 en 2027. Het bedrag van de salarisnorm dient aan belastbaar loon te worden genoten op kalenderjaarbasis om te kwalificeren als specifieke deskundige.

Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor ingekomen werknemers, voor wie uiterlijk in 2023 de 30%-regeling is toegepast. Het constante forfait van 27% gaat voor het overige gelden voor ingekomen en voor uitgezonden werknemers.

Algemeen woningtarief overdrachtsbelasting naar 8%

Per 1 januari 2023 is het algemene tarief in de overdrachtsbelasting verhoogd van 8% naar 10,4%. Nu wordt voorgesteld om het algemene tarief voor woningen met ingang van 1 januari 2026 terug te brengen naar 8%. Het lage tarief van 2% en de startersvrijstelling blijven gelden voor de verkrijging van een woning die voor de verkrijger als hoofdverblijf gaat dienen en mits aan de voorwaarden is voldaan.

Indexering verlaagde energiebelastingtarieven glastuinbouw

In de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) zijn de verlaagde energiebelastingtarieven voor aardgas ten behoeve van de glastuinbouw geregeld. Abusievelijk is bij de wijziging van de Wbm bij de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw verzuimd de tarieven van de derde en vierde schijf met ingang van 1 januari 2025 van rechtswege te koppelen aan de reguliere energiebelastingtarieven op aardgas. In deze nota van wijziging wordt deze omissie hersteld.

Overgangsrecht btw

Per 1 januari 2026 gaat voor een aantal diensten, waarvoor nu het lage tarief geldt, het hoge tarief gelden. Met deze nota van wijziging wordt geregeld dat ook overdrachten in 2025 van vouchers, die betrekking hebben op prestaties, die vanaf 1 januari 2026 worden verricht, worden belast naar het algemene tarief.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2024-0000462053 | 27-10-2024

Geplaatst in: Belastingplan

18 april 2024

Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 heeft de Eerste Kamer inhoudelijke bezwaren geuit tegen vijf daarin opgenomen maatregelen. Het betreft de wijziging van de 30%-regeling, de afschaffing van de inkoopvrijstelling in de dividendbelasting, de verhoging van het hoge tarief in box 2 van 31% naar 33%, de verhoging van het tarief in box 3 van 34% naar 36% en de verhoging van de bankenbelasting. De staatssecretaris heeft destijds toegezegd om bij de voorjaarsbesluitvorming met alternatieve maatregelen te komen. In een brief aan de Eerste Kamer voldoet hij aan zijn toezegging. De staatssecretaris wijst erop dat de voorjaarsbesluitvorming nog niet is afgerond.

Gegeven de demissionaire status van het kabinet is de uiteindelijke keuze aan het parlement. De hiervoor genoemde maatregelen zijn op initiatief van de Tweede Kamer genomen en door beide Kamers aangenomen. Wanneer wordt gekozen voor alternatieven zullen deze maatregelen worden opgenomen in het Belastingplan 2025.

Overzicht mogelijke alternatieve maatregelen

Het kabinet heeft zo veel mogelijk gezocht naar alternatieven binnen het domein van de afzonderlijke amendementen.

1. Afschaffen inkoopfaciliteit.

Het kabinet vindt het verstandig wanneer het parlement zou besluiten tot een alternatief voor het afschaffen van de inkoopfaciliteit. Alternatieve dekkingsopties zijn de afschaffing van negatief geëvalueerde regelingen in de omzetbelasting, het verhogen van de Aof-premie of aanpassingen in de tarieven van de vennootschapsbelasting. Dat kan zijn het verhogen van het opstaptarief, een verlaging van de schijfgrens of een verhoging van het reguliere Vpb-tarief. De laatste optie wordt gezien als het meest schadelijk voor het vestigingsklimaat van de aanpassingen in de Vpb.

2. Verhogen bankenbelasting

Er zijn geen geschikte alternatieven voor handen om de inkomstenderving van het terugdraaien van de verhoging van de bankenbelasting te compenseren bij dezelfde groep.

3. Verhoging tarief box 2

Het hoge tarief in box 2 is door het amendement op het Belastingplan 2024 te hoog geworden ten opzichte van het tarief in box 1. Het eerste alternatief is om een verlaging van het hoge tarief te financieren uit een versobering van de mkb-winstvrijstelling. Het tweede alternatief is een verhoging van het lage box 2-tarief.

4. Verhoging tarief box 3

Voor het terugdraaien van de verhoging van het tarief in box 3 ziet het kabinet drie alternatieve dekkingsopties. De eerste is een verhoging van het eigen woningforfait. De tweede is een verhoging van de tarieven in de schenk- en erfbelasting met 1,9%-punt. De derde optie is een verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 van € 58.026 naar € 46.455. De staatssecretaris wijst erop dat de tarieven van box 2 en box 3 niet te veel uiteen mogen lopen.

5. Versobering 30%-regeling

De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen om de evaluatie van de 30%-regeling naar voren te halen en op basis van deze evaluatie met een alternatief te komen voor de versobering van deze regeling. De staatssecretaris verwacht voorlopige conclusies van de evaluatie vóór het debat over de Voorjaarsnota te kunnen aanbieden aan de Kamers. De tussenrapportage zal een overzicht bevatten van alternatieve maatregelen. De eindrapportage wordt in juli verwacht.

Bron:Ministerie van Financiën| publicatie| 2024-0000211643 | 04-04-2024

Geplaatst in: Belastingplan

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Pagina 4
  • Pagina 5
  • Pagina 6
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 11
  • Ga naar Volgende pagina »

Van Geel &
van der Plas

 

Wij hebben +30 jaar ervaring en helpen jou met je administratieve en fiscale uitdagingen

Snel naar:

  • Diensten
  • Nieuws
  • Contact
  • Vacatures

Contactgegevens

Hoevestein 7
4903 SE Oosterhout

 

0162 464 097

 

kantoor@vangeel-vanderplas.nl

© 2026 Van Geel & van der Plas | Realisatie: Probu

Privacyverklaring & AV koppeling

Privacyverklaring  |  AV